Politici in de huidige democratie laten zich onvoldoende leiden door het gemeenschappelijk belang maar teveel en te vaak door partijpolitieke belangen, de waan van de dag, lobbygroepen en in heel wat gevallen ook door hun ego. De politiek kenmerkt zich door polarisatie, ellenlange formaties en politieke besluiten waar burgers weinig begrip voor hebben. De huidige begrotingsonderhandelingen, net zoals de aanpak van het klimaatvraagstuk, tonen aan dat regeringen en parlementen niet in staat zijn om grote en dringende problemen effectief aan te pakken. Belangen op korte termijn primeren op langetermijndenken. Vooral zetelwinst bij de volgende verkiezingen, de huidige ambtstermijn kunnen uitzitten en het veiligstellen van de postjes is belangrijk.
Een andere belevingswereld
Ondertussen wordt de armoede alsmaar groter. Denk aan de stijgende gasprijzen, de toenemende elektriciteitsrekening … Volgens het European Consumer Payment report 2026 (Intrum) kan slechts 18% van de Belgische bevolking een onverwachte financiële uitgave of een economische schok zoals werkloosheid of langdurige ziekte opvangen. Dit percentage slonk in 1 jaar tijd van 31 naar 18%! Deze situatie leidt tot veel onvrede en wantrouwen in het politieke bestel. De bevolking heeft niet het gevoel dat de politieke afgevaardigden haar belangen behartigen. De groep van politici is dan ook geen weerspiegeling van de samenleving. Het zijn meestal hoger opgeleiden die weinig voeling hebben met mensen die dagelijks moeten vechten om rond te komen.
Af en toe eens gaan kiezen op iemand die belooft je belangen te verdedigen betekent nog niet dat we in een democratie leven. Petities worden meestal genegeerd, demonstraties schudden politici niet wakker, inspraakavonden hebben geen enkel waarde als de plannen die ter tafel liggen zo goed als definitief zijn. Gevolg: nog meer frustratie, wantrouwen en revolte bij het kiezerspubliek.
De G1000 als inspiratiebron
Kan je de burgers daadwerkelijk meer inspraak geven? Kan je de democratie meer slagkracht geven? Ja dat kan. Een bekend initiatief in die richting is de G1000. Deze beweging ontstond naar aanleiding van de politieke impasse na de federale verkiezingen in juni 2010. De politieke partijen en tenoren hadden maar liefst 541 dagen nodig om een nieuwe federale regering te vormen. Ik ga niet in detail maar politici ruzieden over het dossier Brussel-Halle-Vilvoorde, de staatshervorming, de financiering van gewesten en gemeenschappen, de begroting en ja ja … de economische crisis. Uiteindelijk krijgen we in oktober 2011 de regering Di Rupo.
Burgers reageerden verontwaardigd op deze impasse. Op initiatief van enkele studenten werd in januari 2011 een betoging georganiseerd in Brussel om de politieke impasse aan te klagen. Sommige Belgen lieten hun baard groeien zolang er geen regering was. Anderen organiseerden symbolische acties, bijeenkomsten en protesten tegen de langdurige onderhandelingen.
De protestbewegingen deelden niet dezelfde visie over de toekomst van België maar alle deelnemers veroordeelden de politieke impasse.
27 burgers lanceerden in juni 2011 een initiatief om gewone burgers rechtstreeks te betrekken bij het zoeken naar oplossingen voor maatschappelijke problemen. Het waren academici, kunstenaars, schrijvers, actrices … Ze slaagden erin om een heterogene groep van 704 Belgen te rekruteren die voor de eerste keer in november 2011, dus na de regeringsformatie, samenkwamen in Brussel. Deze groep liep een parcours en discussieerde over de thema’s sociale zekerheid, verdeling van de welvaart en immigratie. In 2012 werd het traject verder gezet met een panel bestaande uit 32 burgers. Dit resulteerde in een eindrapport met aanbevelingen voor de politici. Veel gebeurde er niet met deze aanbevelingen.
Het resulteerde wel in een permanente burgerdialoog in Duitstalig België, gesteund door politici. Meer nog, de politici moeten met de aanbevelingen rekening houden. Naast het parlement is er een permanente burgerraad. Zo was betaalbaar wonen een item van de burgerraad. Er kwam wetgeving over subsidies voor innovatieve woonprojecten, toegang tot sociale woningen voor middeninkomens die net niet op de reguliere markt terecht kunnen, een hervorming van de toewijzing van sociale woningen, aanpassing van renovatiepremies … Politici moeten de aanbevelingen bespreken en erop antwoorden en dit leidt soms tot positieve nieuwe wetgeving.
Kortom: de Duitstalige gemeenschap hoort de verzuchtingen en ideeën van de inwoners. Ondertussen goochelen de andere regeringen met btw-verhogingen, verhogingen van de prijs voor dienstencheques, het afbouwen van aardgas als energiebron … zonder te luisteren naar de inwoners die wel de gevolgen van deze maatregelen dagelijks ondervinden.
Ze leren het nooit
In 2018 kondigt de Franse president Macron aan de benzineprijzen te verhogen om de uitstoot naar beneden te halen. A ja, want hoe duurder de benzine, hoe vaker mensen het openbaar vervoer zullen verkiezen. Dit is een typische maatregel bedacht door de elite. De redenering klopt voor mensen die in grote steden wonen maar voor al de rest niet. De reden: er is geen doeltreffend openbaar vervoer waardoor je volledig afhankelijk bent van je wagen om naar je werk te gaan, je kinderen naar school te brengen … Resultaat: ambras ten top met de gele hesjes. De geplande verhogingen werden opgeschort. Vandaag zijn er opnieuw betogingen en rellen in het rijk van diezelfde Macron. Niks geleerd?
Ook in België voeren onze politici opnieuw een mooi spektakel. De bevolking kijkt toe en mort. Extreem rechtse en linkse partijen genieten van het schouwspel waarin ego’s het tegen elkaar opnemen. Het probleem meneer De Wever, Jan Jambon, Vincent Van Peteghem, Frank Vandenbroucke, David Clarinval en Maxime Prévot is dat heel wat kiezers een wrang gevoel hebben bij jullie vertoning tijdens deze begrotingsonderhandelingen en jullie daadkracht in het algemeen. Op die golven van ongenoegen surfen amokmakers mee wiens daden volledig af te keuren zijn maar misschien wel te verklaren zijn. Dit ongenoegen resulteert in extreem (kies)gedrag.
En nu?
Ik weet het niet. Maar één ding weet ik wel: als politici blijven vasthouden aan een systeem waarin partijbelangen, waarin electorale en persoonlijke ambities het halen van het algemeen belang, dan zal het vertrouwen van de burger alleen maar verder afbrokkelen.
Nochtans bestaan er alternatieven. De G1000 en het permanente burgeroverleg in Duitstalig België tonen aan dat burgers meer kunnen zijn dan toeschouwers van een politiek schouwspel. Geef hen een daadwerkelijke stem bij het uitstippelen van het beleid. Niet als schaamlapje achteraf, maar als volwaardige gesprekspartners.
Want uiteindelijk is de democratie er voor de burgers. Niet voor de politici.
Oktober 2026 – PRIKKELPEN – foto: Leopictures from Pixabay

Geef een reactie